
Demografische ontwikkelingen: Nederland vergrijst
Momenteel is ????n op de zeven inwoners in Nederland ouder dan 65 jaar. In 2020 zal dit opgelopen zijn tot ????n op de vijf inwoners en in 2050 zelfs tot ????n op de vier. Tegelijkertijd hebben we te maken met ontgroening in Nederland; er komen steeds minder jongeren bij. Zie ook het persbericht van februari 2007 van het CBS. Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw is de afgelopen jaren gedaald. Individualisering, emancipatie van vrouwen, een toenemende deelname van vrouwen aan het arbeidsproces en uitstel van de geboorte van het eerste kind dragen daaraan bij.


Meer ouderen aan de slag en ze blijven langer
Nederland vergrijst en dat geldt natuurlijk ook voor de beroepsbevolking. Door die hogere arbeidsdeelname stijgt het aandeel van oudere werknemers in de werkgelegenheid. De arbeidsdeelname van 50-plussers steeg van bijna 28 naar bijna 40 procent in de afgelopen jaren. De groei was het sterkst bij de 55-59 -jarigen, waar de arbeidsdeelname van 40 naar 55 procent steeg. Ook onder de 50-54 -jarigen en de 60-64 -jarigen was de stijging aanzienlijk. De gemiddelde uittreedleeftijd stijgt geleidelijk.
Arbeidsdeelname 50-plussers naar leeftijd

Kwart werkzame beroepsbevolking is 50-plus
Het aantal 50-plussers dat tot de werkzame beroepsbevolking behoort, is de afgelopen tien jaar met 60 procent toegenomen tot 1,6 miljoen. Dit komt deels door de vergrijzing en deels doordat ouderen vaker een baan hebben. Zij vormden in 2005 bijna een kwart van de werkzame beroepsbevolking.
Het aantal 50-plussers dat tot de werkzame beroepsbevolking behoort, is de afgelopen tien jaar met 60 procent toegenomen tot 1,6 miljoen. Dit komt deels door de vergrijzing en deels doordat ouderen vaker een baan hebben. Zij vormden in 2005 bijna een kwart van de werkzame beroepsbevolking.
Vergrijzing en toename arbeidsdeelname
De toename van het aantal 50-plussers die 12 uur of meer werken, hangt voor een deel samen met de vergrijzing. Tussen 1996 en 2005 nam het aantal personen van 50-74 jaar met een vijfde toe tot 4,3 miljoen. Ouderen hadden daarnaast ook vaker een baan. De arbeidsdeelname van 50-plussers steeg van bijna 28 naar 37 procent.
Sterkste groei bij 55-59 -jarigen
In alle leeftijdsgroepen boven 50 jaar nam de arbeidsdeelname toe. De groei was het sterkst bij de 55-59-jarigen, waar de arbeidsdeelname van 40 naar 55 procent steeg. Ook onder de 50-54-jarigen en de 60-64-jarigen was de stijging aanzienlijk.
Toename oudere vrouwen in werkzame beroepsbevolking
Was in 1996 bijna 28 procent van de werkende ouderen een vrouw, in 2005 is dat opgelopen tot 36 procent. De sterkste groei in arbeidsdeelname vond plaats bij de 50-54-jarige vrouwen: een toename van 20 procent tot 56 procent. Toch werken oudere mannen nog beduidend vaker dan oudere vrouwen.
Werkende 65-plusser vaak zelfstandige
Onder 65-plussers bleef de arbeidsdeelname ondanks een lichte stijging gering. Degenen die werken zijn naar verhouding vaak zelfstandigen, zoals landbouwers en winkeliers. Van de werkende 65-plussers was 63 procent zelfstandige, tegen 17 procent van de 50-64 -jarigen.
Verhouding gewerkte uren naar leeftijd 2005

Boven 65 jaar meestal kleine banen
Een groot deel van de 65-plussers die betaalde arbeid verrichten, heeft een kleine baan. In 2005 had bijna de helft van hen een baantje van minder dan 12 uur per week; van de 50-64 -jarigen was dat nauwelijks een op de tien. Een op de vijf werkende 65-plussers had nog een voltijdbaan. Het betreft een kleine groep: 21 duizend mensen.


